Werkwijze

Werkwijze van een kinderfysiotherapeut

De aanpak van een kinderfysiotherapeut is volledig afgestemd op de behoeften van het kind en is gericht op het bevorderen van een gezonde motorische ontwikkeling. Hieronder vind je een overzicht van de stappen die doorgaans worden gevolgd in de werkwijze van een kinderfysiotherapeut.


1. Intakegesprek

De behandeling begint met een kennismaking en een intakegesprek. Hierbij wordt:

  • De hulpvraag van de ouders en/of het kind besproken.
  • Informatie verzameld over de ontwikkeling, gezondheid en eventuele problemen die het kind ervaart.
  • Indien nodig aanvullende informatie opgevraagd bij bijvoorbeeld de huisarts, kinderarts of andere specialisten.

2. Observatie en onderzoek

De kinderfysiotherapeut voert een uitgebreid onderzoek uit, waarbij gekeken wordt naar:

  • Motorische vaardigheden: zoals het vermogen om te lopen, rennen, springen of fijne motoriek.
  • Spierkracht en coördinatie: om eventuele zwakke plekken te identificeren.
  • Houding en beweging: om te bepalen of er sprake is van afwijkingen of beperkingen.
  • Specifieke klachten: zoals pijn, bewegingsbeperkingen of functionele problemen.

Het onderzoek is speels en kindvriendelijk, zodat het kind zich op zijn gemak voelt.


3. Behandelplan op maat

Op basis van de intake en het onderzoek wordt een persoonlijk behandelplan opgesteld. Hierin staan:

  • De doelen van de therapie, afgestemd op de behoeften van het kind.
  • De behandelmethoden die worden ingezet, zoals oefeningen, spelactiviteiten of ademhalingstechnieken.
  • Een indicatie van de frequentie en duur van de therapie.

Ouders en, waar relevant, scholen of andere zorgverleners worden betrokken bij het opstellen van het plan.


4. Behandeling

De behandeling is gericht op het verbeteren van de motorische vaardigheden en het verminderen van beperkingen. Dit gebeurt door middel van:

  • Speelse activiteiten: Oefeningen die aansluiten bij de leeftijd en interesse van het kind.
  • Fysieke oefeningen: Om spierkracht, balans en coördinatie te verbeteren.
  • Houdingscorrectie: Begeleiding bij een goede houding en beweging.
  • Advies en begeleiding: Ouders krijgen tips om het kind thuis te ondersteunen met oefeningen.

Bij baby’s wordt de behandeling vaak aan huis gegeven, terwijl oudere kinderen vaak in de praktijk worden behandeld.


5. Evaluatie en voortgang

De voortgang van het kind wordt regelmatig geëvalueerd. Hierbij kijkt de kinderfysiotherapeut of de behandeldoelen worden bereikt en of het behandelplan moet worden aangepast. Indien nodig wordt de therapie in samenwerking met andere specialisten voortgezet.


6. Afronding en nazorg

Wanneer de doelen zijn bereikt, wordt de behandeling afgerond. De kinderfysiotherapeut geeft ouders advies over hoe ze de voortgang kunnen behouden en eventuele terugval kunnen voorkomen. In sommige gevallen wordt een controleafspraak gepland om de ontwikkeling te blijven monitoren.

Met deze werkwijze biedt de kinderfysiotherapeut gerichte en effectieve ondersteuning, zodat kinderen zich optimaal kunnen ontwikkelen en met vertrouwen kunnen bewegen.